Methodologie en parameters van wanneerloonthet.be
Hoe deze tool rekent
Deze pagina wordt automatisch uit de rekenmotor gegenereerd. Wat hier staat, is wat de tool werkelijk doet — documentatie en berekening kunnen niet uit elkaar lopen.
Status van de parameters. 40 van de 43 zijn tegen hun bron nagekeken en 3 zijn bewuste modelkeuzes — geen wettelijk bedrag, maar een aanname die in de tabel hieronder als zodanig staat. Ze horen allemaal bij één aanslagjaar. Een gepubliceerd aanslagjaar wordt niet meer aangepast, zodat een eerdere berekening reconstrueerbaar blijft. De volledige disclaimer staat onderaan deze pagina.
Modelkeuzes
Alles-of-niets-bezoldiging
Kan de vennootschap de gekozen bezoldiging in een bepaald jaar niet dragen — er is na kosten simpelweg niet genoeg cash — dan keert ze dat jaar géén loon uit, en meldt de checklist dat. De tool knijpt het loon niet af tot een restbedrag. Dat is een bewuste modelkeuze: op een micro-bezoldiging vallen wél de volle minimumbijdragen, wat een kunstmatige knik in het nettoverloop zou geven. De keerzijde: rond het punt waar het loon net wel of net niet draagbaar is, kan een iets hogere omzet het vijfjaarstotaal verlagen, omdat de winst dan als belast loon naar buiten gaat in plaats van als dividend of reserve. Dat effect is het grootst met een liquidatiereserve (winst uit een jaar zonder loon blijft dan voorbij de horizon in de reserve staan) en in bijberoep met een hoog jobloon, waar het loon aan het hoogste tarief wordt belast. Zit je scenario dicht bij zo'n kantelpunt, kijk dan naar het meerjarenoverzicht en niet alleen naar het totaal.
Wat de vergelijking bewust niet meerekent
Deze tool vergelijkt twee rechtsvormen, niet twee optimalisatiestrategieen. Maaltijdcheques, forfaitaire dagvergoedingen, verhuur van een deel van je woning aan je vennootschap, VAPZ, IPT, groepsverzekering en een bedrijfswagen zitten er niet in. Dat zijn keuzes die je binnen een vennootschap maakt, geen eigenschappen van de vennootschap zelf. Ze zouden het resultaat verhogen met precies het bedrag dat je zelf invult, en dan zou de tool je eigen aanname als argument voor haar conclusie gebruiken. Ze horen thuis in het gesprek ná de keuze van de rechtsvorm, niet in de vergelijking zelf.
Horizon van vijf jaar
Jaar 2 tot 5 zijn een projectie op basis van de omzetgroei die je zelf instelt. Schijven en belastingvrije som worden vereenvoudigd geïndexeerd aan 2 % per jaar. Dat zijn aannames, geen vaststaand recht.
Sociale bijdragen van starters
Kies je niet uitdrukkelijk voor voorlopige bijdragen op je geschatte inkomen, dan rekent de tool jaar 1 en 2 op de minimumbasis en spreidt ze de regularisatie over jaar 3 en 4. Bij een lage omzetgroei zie je dat als een dip in die jaren; groeit de omzet sneller dan een paar procent, dan overstemt de groei de herrekening en zie je enkel een tragere stijging. Over de volledige horizon betaal je in dit model dezelfde bijdragen, alleen op andere momenten. De personenbelasting verschilt wél iets: de aftrek valt in andere jaren, en door de schijven en de afbouw van de belastingkredieten scheelt dat op vijf jaar doorgaans enkele honderden euro's. Het is dus vooral een vraag van kasstroom, niet van besparing.
Startersvrijstelling
De eerste vier belastbare tijdperken na oprichting geldt de minimumbezoldigingsvoorwaarde voor het verlaagd tarief niet. Binnen een horizon van vijf jaar valt die vrijstelling dus precies in het laatste jaar weg. Dit is geen optimalisatie maar een automatisch gevolg van starten, en daarom zit het wel in de vergelijking. De overige voorwaarden voor een kleine vennootschap veronderstelt de tool vervuld.
Liquidatiereserve
Kies je voor de liquidatiereserve, dan gaat de winst na vennootschapsbelasting in een reserve waarop de vennootschap meteen een afzonderlijke aanslag van 10 % betaalt. Die aanslag valt op het bedrag dat in de reserve gaat, niet op wat er daarna van overblijft. Elke jaarlichting moet vervolgens drie volle jaren staan; daarna komt ze vrij tegen 9,8 % roerende voorheffing. Binnen een horizon van vijf jaar komen dus de lichtingen van jaar 1 en 2 vrij, in jaar 4 en 5. Wat er dan nog staat, is pas daarna uitkeerbaar en telt niet mee in het netto — het staat apart vermeld. De wachttermijn ging in 2025 van vijf naar drie jaar en het tarief steeg van 5 % via 6,5 % naar 9,8 %; de tool rekent met de regels zoals ze gelden voor een reserve die je vanaf nu aanlegt.
Wachten met uitkeren
De VVPRbis-wachttermijn loopt per boekjaar na de inbreng. Wie vanaf 1 januari 2026 opricht, betaalt het volle tarief tot en met het derde boekjaar en 18 % vanaf het vierde: het tussentarief van 20 % in het derde boekjaar is voor die inbrengen afgeschaft, en het eindtarief steeg van 15 % naar 18 % voor dividenden vanaf 1 juli 2026. Wie kan wachten, laat de winst in de vennootschap staan en keert alles ineens uit zodra het laagste tarief geldt. De tool gaat daar standaard van uit, omdat het is wat de meeste vennootschappen doen; je kan het uitzetten. Het verschil is precies het tariefverschil op de opgepotte winst — er komt geen extra heffing bij het binnenhouden zelf. Een tussentijds dividend kan de reeks in de praktijk versnellen; dat rekent de tool niet mee.
Wat niet bij de kosten hoort
De bezoldiging van de bedrijfsleider zit niet in de kostenvelden. Je vult ze apart in, en de tool trekt ze zelf af van de winst van de vennootschap voor ze de vennootschapsbelasting berekent. Neem je je cijfers over uit de boekhouding, let dan op: daar staat het loon meestal wél in de kosten, en dan zou het twee keer worden afgetrokken. Hetzelfde geldt voor je persoonlijke sociale bijdragen: die rekent de tool af op de bezoldiging, aan de privékant. De jaarlijkse vennootschapsbijdrage van de vennootschap zelf hoort er wel bij. Laat je je persoonlijke bijdragen door de vennootschap betalen, dan verandert dat het resultaat niet: voor haar is het een aftrekbare kost, voor jou een voordeel van alle aard dat bij je bezoldiging telt — samen precies wat een even hoog brutoloon doet. Vul in dat geval het totaal in als bruto bezoldiging.
Kosten
Voor de eenmanszaak kies je zelf: je werkelijke kosten, of het wettelijk kostenforfait als schatting van kosten die je niet uitsplitst. De fiscus kiest niet in jouw plaats. Het forfait bedraagt 30 % van je omzet ná sociale bijdragen — niet van de omzet zelf, zo rekent ook Tax-Calc — en is geplafonneerd. Kies je het forfait, dan telt het in de tool als je kosten, ook voor je netto. Een vennootschap kent dat forfait niet: daar tellen altijd de bedragen die je invult.
Voorafbetalingen
De tool veronderstelt dat je tijdig voorafbetaalt. Wie dat niet doet, krijgt een belastingvermeerdering die hier niet meegerekend is. Voor een starter speelt dat de eerste drie jaar sowieso niet: beginnende zelfstandigen en nieuwe kleine vennootschappen zijn er dan van vrijgesteld. In jaar 4 en 5 kan ze wel wegen, aan beide kanten van de vergelijking — op de winst van de eenmanszaak, op de bezoldiging van de bedrijfsleider en op de winst van de vennootschap.
Belastingvrije som en kinderen
De belasting op de belastingvrije som volgt niet de gewone schijven maar een eigen barema (artikel 134 WIB 92), met een tarief van 30 % dat de personenbelasting zelf niet meer kent. Daardoor weegt een kind ten laste zwaarder door dan een vlakke 25 % zou doen. Voor elk kind dat op 1 januari nog geen 3 jaar was, komt er 740 euro bij — tenzij je voor dat kind kosten voor kinderopvang inbrengt; beide samen kan niet. Wie te weinig inkomen heeft om de hele vrije som aan te rekenen, krijgt het deel voor kinderen als terugbetaalbaar belastingkrediet terug, tot 550 euro per kind. Beide zijn nagerekend tegen Tax-Calc, de rekenmodule van FOD Financiën.
Belastingkrediet bij een laag inkomen
Onder een activiteitsinkomen van ongeveer 29.000 euro kent de fiscus een terugbetaalbaar belastingkrediet toe (artikel 289ter WIB 92): tot 910 euro, volledig tussen 8.960 en 22.400 euro en lineair afgebouwd daarbuiten. De tool rekent het aan beide kanten mee — op de winst van de eenmanszaak en op de bezoldiging van de bedrijfsleider — en toont het als aparte regel in de opbouw. In bijberoep telt het jobloon mee in dat activiteitsinkomen, dus daar valt het krediet meestal weg.
Gezinssituatie
De tool rekent op een aanslag als alleenstaande. Kinderen ten laste verhogen de belastingvrije som volgens de wettelijke tabel, en boven het vierde kind loopt die toeslag door met een vast supplement per kind. Een partner is niet gemodelleerd: geen gemeenschappelijke aanslag, geen huwelijksquotiënt. Voor de vergelijking tussen eenmanszaak en vennootschap maakt dat weinig verschil, omdat het aan beide kanten even zwaar doorweegt — voor je absolute nettobedrag wel.
Bijberoep
In bijberoep wordt je bijverdienste marginaal belast bovenop je jobloon: de tool berekent het verschil tussen de belasting mét en zónder die bijverdienste. De bijberoepdrempel geldt aan beide kanten — zowel op de eenmanszaak als op de bezoldiging als bedrijfsleider. Die drempel wordt getoetst op hetzelfde inkomen als waarop de bijdrage valt: ná je beroepskosten en ná de bijdragen zelf. Je kan dus iets meer verdienen dan het drempelbedrag en toch niets verschuldigd zijn. Wie er wel boven komt, betaalt meteen de volle bijdrage — er is geen geleidelijke overgang.
Wat nog openstaat
- De aanslagvoeten van de gemeentebelasting komen uit de laatst gepubliceerde lijst van FOD Financiën (aanslagjaar 2026), terwijl de overige parameters op aanslagjaar 2027 staan. De meeste gemeenten leggen hun tarief voor een hele legislatuur vast, maar niet allemaal.
- Wie niet tijdig voorafbetaalt, krijgt vanaf het vierde jaar een belastingvermeerdering die de tool niet meerekent.
- De tool rekent op een aanslag als alleenstaande; een partner, met of zonder eigen inkomen, zit er nog niet in.
- De tool veronderstelt dat de bezoldiging in geld wordt uitbetaald. Vanaf aanslagjaar 2027 telt een forfaitair voordeel van alle aard — een bedrijfswagen, een woning — nog hoogstens voor een vijfde mee in de minimumbezoldiging voor het verlaagd tarief. Die grens kent de tool niet: wie een deel van zijn loon als voordeel krijgt, kan volgens de tool het verlaagd tarief halen waar de fiscus dat niet toekent.
Parameters
Jaargang AJ 2027 (inkomsten 2026) — status: actief.
| Parameter | Waarde | Jaargang | Status | Omschrijving | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| bvsom | 11.550 | AJ 2027 | geverifieerd | Belastingvrije som, basisbedrag | bron |
| bvsomKind | 0 · 2.130 · 5.130 · 11.440 · 18.510 | AJ 2027 | geverifieerd | Verhoging belastingvrije som voor 0 t/m 4 kinderen ten laste | bron |
| schijven | 16.720 · 0,25 · 29.510 · 0,4 · 51.070 · 0,45 · ∞ · 0,5 | AJ 2027 | geverifieerd | Progressieve PB-schijven; bovengrens null = oneindig | bron |
| forfaitPct | 0,3 | n.v.t. | geverifieerd | Kostenforfait zelfstandige, percentage | — |
| forfaitMax | 6.070 | AJ 2027 | geverifieerd | Plafond kostenforfait zelfstandige (30 % tot 20.233,33) | bron |
| forfaitBLPct | 0,03 | n.v.t. | geverifieerd | Kostenforfait bedrijfsleider, percentage | — |
| forfaitBLMax | 3.200 | AJ 2027 | geverifieerd | Plafond kostenforfait bedrijfsleider (3 % tot 106.666,67) | bron |
| sbT1 | 75.024,54 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Bovengrens eerste schijf sociale bijdragen | bron |
| sbP1 | 0,205 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Tarief eerste schijf sociale bijdragen | bron |
| sbT2 | 110.562,42 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Bovengrens tweede schijf; daarboven 0 % | bron |
| sbP2 | 0,1416 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Tarief tweede schijf sociale bijdragen | bron |
| sbMinHoofd | 3.561,69 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Minimumbijdrage hoofdberoep, jaarbedrag (4 x 890,42 per kwartaal) | bron |
| sbVoorlopigeBasis | 17.374,08 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Minimumbasis voorlopige bijdragen starters | bron |
| sbDrempelBij | 1.922,16 | bijdragejaar 2026 | geverifieerd | Vrijstellingsdrempel bijberoep | bron |
| venbLaag | 0,2 | vast | geverifieerd | Verlaagd tarief vennootschapsbelasting | — |
| venbHoog | 0,25 | vast | geverifieerd | Gewoon tarief vennootschapsbelasting | — |
| venbGrens | 100.000 | vast | geverifieerd | Grens waarboven het gewone tarief geldt binnen het verlaagd stelsel | — |
| minBezoldiging | 51.000 | AJ 2027 | geverifieerd | Minimale bedrijfsleidersbezoldiging voor het verlaagd tarief | bron |
| rvVol | 0,3 | vast | geverifieerd | Roerende voorheffing in het boekjaar van de inbreng en het jaar erna (VVPRbis) | — |
| rvVVPRTussen | 0,3 | inbreng vanaf 1 januari 2026 | geverifieerd | Roerende voorheffing in het derde boekjaar na de inbreng. Het tussentarief van 20 % bestaat enkel nog voor inbrengen van vóór 1 januari 2026; voor wie nu opricht geldt het volle tarief | bron |
| rvVVPR | 0,18 | vanaf 1 juli 2026 | geverifieerd | Roerende voorheffing op een VVPRbis-dividend vanaf het vierde boekjaar na de inbreng; van 15 % naar 18 % door de programmawet van 30 mei 2026 | bron |
| liqAanleg | 0,1 | vast | geverifieerd | Heffing bij aanleg liquidatiereserve | — |
| liqUitkering | 0,098 | vanaf 11 juni 2026 | geverifieerd | Roerende voorheffing op een uitgekeerde liquidatiereserve na de wachttermijn; van 5 % via 6,5 % naar 9,8 % | bron |
| mcWaarde | 10 | vast | geverifieerd | Nominale waarde maaltijdcheque | — |
| mcEigen | 1,09 | vast | geverifieerd | Werknemersbijdrage per maaltijdcheque | — |
| mcWG | 8,91 | vast | geverifieerd | Werkgeversbijdrage per maaltijdcheque | — |
| mcAftrekbaar | 4 | vast | geverifieerd | Fiscaal aftrekbaar deel per maaltijdcheque | — |
| indexatie | 0,02 | n.v.t. | modelkeuze | Vereenvoudigde indexatie van schijven en vrije som, 2 % per jaar | — |
| jaren | 5 | n.v.t. | modelkeuze | Horizon van de vergelijking | — |
| starterJaren | 4 | vast | geverifieerd | Aantal belastbare tijdperken na oprichting zonder minimumbezoldigingsvoorwaarde | — |
| dagvergoedingBedrag | 21,64 | 01-03-2026 | geverifieerd | Forfaitaire binnenlandse dagvergoeding per dag, verplaatsing van minstens 6 uur | bron |
| dagvergoedingMaxDagen | 192 | afgeleid | modelkeuze | Plafond per jaar, afgeleid uit het maandforfait van 16 dagen | — |
| revalorisatie | 5,75 | inkomstenjaar 2026 | geverifieerd | Revalorisatiecoefficient kadastraal inkomen | bron |
| huurForfait | 0,4 | vast | geverifieerd | Kostenforfait op onroerend inkomen uit verhuur. Art. 13 WIB 92 begrenst de aftrek tot twee derde van het gerevaloriseerde KI van het gebouw; die grens ligt boven 40 % van de herkwalificatiedrempel en kan hier dus nooit binden. | bron |
| huurFactorTeller | 5 | vast | geverifieerd | Teller van de herkwalificatiebreuk 5/3 | — |
| huurFactorNoemer | 3 | vast | geverifieerd | Noemer van de herkwalificatiebreuk 5/3 | — |
| bvsomKindExtra | 7.070 | AJ 2027 | geverifieerd | Supplement op de belastingvrije som per kind boven het vierde | bron |
| bvsomBarema | 11.750 · 0,25 · 16.720 · 0,3 · 27.860 · 0,4 · 51.070 · 0,45 · ∞ · 0,5 | AJ 2027 | geverifieerd | Afzonderlijk barema voor de belasting op de belastingvrije som (art. 134 WIB 92); bovengrens null = oneindig | bron |
| bvsomAlleenstaandeKind | 1.980 | AJ 2027 | geverifieerd | Toeslag op de belastingvrije som voor een alleenstaande met kinderen ten laste | bron |
| belastingkredietLaag | max 910 · deelVanaf 6.710 · volVanaf 8.960 · volTot 22.400 · deelTot 29.120 | AJ 2027 | geverifieerd | Belastingkrediet lage activiteitsinkomsten (art. 289ter): maximum en inkomensgrenzen voor gedeeltelijk en volledig krediet | bron |
| belastingkredietKind | 550 | AJ 2027 | geverifieerd | Maximaal terugbetaalbaar belastingkrediet per kind ten laste (art. 134, § 3); niet meer geïndexeerd | bron |
| bvsomKindOnder3 | 740 | AJ 2027 | geverifieerd | Toeslag op de belastingvrije som per kind jonger dan 3 jaar zonder aftrek van kinderopvangkosten | bron |
| liqWachtjaren | 3 | reserves aangelegd vanaf 31 december 2025 | geverifieerd | Aantal volle jaren dat een liquidatiereserve moet blijven staan voor het verlaagde tarief geldt; was vijf jaar | bron |
De progressieve belastingschijven staan als paren van bovengrens en tarief; de bovenste schijf heeft geen bovengrens.